PIJPELIJNTJES
Diepdoffiger zonk zware matheid in ons neer... een grijzeri-ge onverschilligheid langzaam gedeind uit de heldere avend-vreugde en die triestigjes uit zou bleken de lange na-uren van de avend door.
Tot juffrouw Meks deed opleven toen ze zei: - An, kind, ga maar dekken voor de boterhammen.
195