jacob israël de haan
dat gaat over... op 't laatst kan 't je niks meer verdommen... dan vin-je alles goed, wat ze doen... as dirk 's morgens komt, dan ga je in orde staan net as 'n soldaat... dondert niet... as de dokter komt steek jeje tong uit... je doet alles, wat ze maar willen.
- Nou maar ik dan niet... ik dan niet, weerschaterschetterde celjongen, ik heb dan wel deris op m'n poot durreve spelen... eenmaal nee, dat moet je horen, toen was ik an 't kikkers maken ... zie je, dat bennen vuurmakers', nou en toen mocht ik d'r niet meer maken as vijfhonderd op 'n dag, omdat de vent, die ze kocht niet meer nodig had... nou en toen verdomde ik 't vierkant ... ik zei gewoon, dat ik 't verdomde en of ik ander werk kreeg... nou of'k... tja... je moet maar durven.
De ander moe zei niks meer en 't praten zachtjes in troepjes herbegon.
-Ja, klaagde juffrouw Baaiman, Cor was altijd zo astrant2, nou zit-ie d'rvan op te snijen, dat-ie zo'n grote bek had, maar ze hebben 'm maar wat vaak beetgehad. Ik ben d'ris eenmaal geweest toen-ie in 't cachot zat, nou bij de grasie Gods mocht ik 'm dan zien... efïïes maar.
- 't Is wat te zeggen... 't is wat te zeggen, murmerde Meksje na, en me man dan... me man dan, wat zal die nou voor 'n dag gehad hebben vandaag... nee, zeg u dat nou zelf.
In ons kringetje klaagde boevenleed verdrietig op met zacht-pratingen van de zeurstemmen en juffrouw Bramer dutte in.
Langzaam aan begon scherpheldere dagvreugd en vreugd van de lamplichte avend met de feestende theetafel kreukerig geel te verfletsen... moe zwaarden ogen dicht.
Op de grond lagen fijningekreukelde papierpropjes... de man van huisjuffrouw speeldeed weer met z'n handen in z'n zak.
I. Voorwerpen van licht ontvlambare stof om vuur aan te maken z. Brutaal
194