PIJPELIJNTJES
niet, prettigpraatte De Bree, daar was 't gortsoep voor en gortsoep na.
Maar juffrouw Meks angstig voor Toos, die begrijpen zou misschien:
- Nou ja, die kostjuffrouw van jullie daar hebben we 't niet over, daar ben je goed wel vandaan... wil d'r nog iemand soep?
Dik restje uit de trien nam man van de huisjuffrouw nog en Anna haalde spruitjes met aardappelen en karbonaadjes.
- Geef maar op, hierbij, 't komt toch in één maag, maakte hij pret.
Gulzig van gele vette soepebord at hij spruitjes, aardappels ... karbonaadjes.
Zwaarvettig slikten we varkensvlees na vleesvetsoep, zacht misselijk week gevoel van vet in m'n lijf...
- Kom m'neer Driesse... u eet haast niet, neem u nog 'n stukkie vlees... 't is u van harte gegund.
-Ja, geef u me nog maar wat... niet veel.
Warmvet... roodwarm zweetblonken de feestprettige eet-gezichten, juffrouw Meks gaf bier. Grote tumblers witkopschuimend, voor Stientje een blauw bekertje, een wit kopje voor Toos, omdat d'r geen glazen meer waren.
De neef van de polisie stond op, bruin en witkoppig glas bier even opgeheven van de tafel. En scherper deftigprating in z'n grauwe stem toostte hij:
- Op je gezondheid Piet... en dat je nooit weer bij je kost-vrouw terug hoeft te gaan... proost man.
Allemaal toostproostten ze toen en riepen dat ze ook zo hoopten van de kostvrouw. Juffrouw Baaiman keek naar juffrouw Meks en ze lachknikten mekaar toe met 'n gezicht van vriendelijk begrijpen.
Drukker lawaaide vrolijkheid door de nu schemerbruine kamer toen 't eten afgelopen was. Breed in hun stoelen weggezakt hin-
189