PUPELIJNTJES
Een hele troep op 't Amsterdamse station, Sam en de huisjuffrouw met d'r man en Anna en Alex en tante Christien en ni-chie. Toen sprongen we de trein uit, juffrouw Meks 't laatst kalm-stappend. En ze riepen allemaal. In de volle loopdrukte van 't perron bleven we dicht bij mekaar staan, de boef in 't midden vreemddoend tussen zoveel mensen. Anna kleindroe-viglijk huilde zachtjes tegen hem aan. En de huisjuffrouw dicht over mij gebogen:
- Hij ziet d'r nogal fetsoendelijk uit, ja, 't is toch altijd daar vandaan, vindt u niet... god, kijk die Anna nou toch eris huilen, ja, 't is toch wel hard ook voor zo'n kind, want ik zeg maar de straf is om, maar de schande blijft...
En Sam bedaard over 't drukwoele praatbegroeten heensprekend:
- Laten we nou niet hier blijven staan, laten we nou naar beneden gaan.
Toen gingen we 't perron af, langzaam, Anna nog zacht na-huilend dicht bij de vrije vader en juffrouw Meks met Sam en dan ik met de huisjuffrouw en de man van de huisjuffrouw vreemd-alleen, met z'n handen alweer in z'n zakken.
Beneden had Sam rijtuigen staan, twee van vier. En weer maakte dat druk kibbelend oppraten wie d'r in 't eerste moest en wie in 't tweede. Maar we zaten dan eindelijk zo: in 't eerste Sam en boef en ik en Anna en juffrouw Meks. En in 't tweede de huisjuffrouw en de man van de huisjuffrouw en nichie en tante Christien. Alex op een van de bokken. Benauwd tussen ons in zat de warme man en z'n warmte liep broeiend door mij heen, dat ik flauw werd en heet.
- 't Lijkt waarachtig wel of we gaan trouwen, zo gaan we met twee rijtuigen de stad door, zei juffrouw Meks, die zat met Anna kleintjes op 't klapuitbankje. Laten we niet vergeten, wat voor Toos te kopen.
- Nee, in de Bazar.
179