PI JPE LIJNTJES
welderis goed op d'rlui hart drukken, want dat kan niet voor Toos trouwens ook.
- Weet die d'r nog altijd niks van?
- Nee, Anna natuurlijk wel, maar Toos niet, die denkt nog altijd, dat d'r vader in Duitsland werkt, wat ik zeggen wou, laten we niet vergeten een kleinigheid voor d'r te kopen, kwansuis of d'r vader 't hèt mee gebracht.
Stilte weer, in donkerschaduwige keukentje schommellicht-te de blikken hanglamp, buiten was 't gaan waaien en naar binnen kwamen de windvlagen vreemd.
- Zalle we niet naar bed gaan, fluisterde zij, 't is morgen vroegdag.
-Ja, wel te rusten, roep u morgen maar, dan laat ik de wekker maar niet aflopen.
- Kan u wel zien in 't donkere souterrein... m'neer!
Haar stem was stukgewrongen in haar keel.
-Ja, juffrouw, wat is 't?
- Hoor u d'ris... u bent altijd zo goed voor ons geweest... zo goed.
Ze huilde zachtjes voort met kleine snikken van pijn.
Zonnigdroog weer de volgende morgen en een bolblauwe en witte lucht al vroeg op de dag, maar fris de stad door de vochtige, wind.
Zes uur, juffrouw Meks en ik gingen 't huis uit. Een pak ieder, daarin kleren van celboef, Anna liet ons uit en ze keek ons na de lege zonnige straat langs, we keken om en knikten.
- Ziezo, dat is.
-Ja, nou is alles gauw voorbij... we gaan tweede klas, dat is wel eris prettig, en als we de kleren daar gebracht hebben, dan gaan wij met z'n tweeën naar Zandvoort, dat kan net met de elektrische heen en weer.
- O, maar u moet niet te veel kosten maken.
171