JACOB ISRAËL DE HAAN
- En ik gaan d'r af, as ik wil.
- O, wat dat betreft ja, u kan d'raf gaan wanneer u wil, je hebt huize, waar je zo gemakkelijk niet afkomt, in Haarlem bevoor-beeld, dat zal u ook wel wete, nette juffrouw Meks.
Stilte was vreselijk... roder toornkleurde Meks op, en huisjuffrouw schoof even achteruit... in 't kasthoekje snurkte zacht de vrouw van de politieman. Het stond op springen, heviglijk.
Maar daar werd gebeld, zachtklankend door de stilte heen. Dat ontspande. Anna ging kijken blij-triomfantelijk en de klok voor sloeg twaalf uur.
Het was onze Alex. Vreemdscheef stond z'n hoed en z'n holle wangen bleekten wit... hij was dronken en alleen.
- Waar is Lize? vroeg Meks moeielijk.
- Lize... Lize... die is d'r niet... die is niet thuis... de stad uit.
158