PIJPELIJNTJES
Bramer zette d'r hoed op, heel langzaam en met de lange pen tussen de lippen van d'r tandeloze mond:
- Van 't meissie hebben we ook niet veel gezien.
Slappe moewe Meksje zweeg. Maar huisjuffrouw vinnigde door, stond mal met d'r weggaan verlegen, wou toch ook nog wel blijven en zien, hoe laat ze dan kwamen.
- Het is netjes, ik moet u zeggen, juffrouw Meks, het is heel netjes...
Moe Meksje zweeg.
- As u weer es 'n engagementsvisite hebt, dan moet u mijn vragen, smaalde zij, 't is netjes, heel netjes.
Het was spannend stil geworden, alleen de juffrouw van de polisieman paisibelde soezig in haar hoekje. Nichie was weer gaan zitten, en de man van de huisjuffrouw ook, maar zij niet, ze stond recht en spitsvinnigde:
- Ja, nette juffrouw Meks... nette juffrouw, al hou je nou star je mond, daar praatje 't niet goed mee... bij half twaalf is 't waarachtig... nou, waar is-ie nou, waar is z'n meissie... is dat 'n manier, benne dat meniere, het is een schandaal... geen me-nuut blijf ik langer.
- Nou, waarom gaat u dan niet, 'n uur staat u al aangekleed, nette juffrouw Bramer, waarom gaat u niet, wij kannen wel wachten.
Klein Meksje zei 't kalm, maar haar lippetjes beefden zenuwachtig.
- Wel nou nog mooier, nou ga ik juist niet heen, eerst vragen ze je hier, en dan jagen ze je weg, nou ga ik juist niet.
- U kan blijven of gaan, daar zal ik m'n hand niet om verleggen, maar u hoeft geen herrie te maken in mijn huis.
- U huis? Juffrouw Meks, mijn huis.
- Zeker asje 't verhuurd hebt.
- Niet langer as ik wil, u hebt een weekwoning, u moet d'r af as ik wil.
157