PIJPELIJNTJES
de vrouw van de polisieman luisterde niet, die was in slaap gevallen, apart in d'r hoekje, grommende slaapgeluidjes knorden uit haar keel op en niemand lette meer op haar. En huisjuffrouw kalm, nu ze toch 't woord bazin was:
— Dat was met m'n ene broer, die had 'n fistel an z'n borst en daar laggen de beentjes al zo los in, datje ze kon hore. We dachten natuurlijk allemaal, dat-ie dood ging, alle dokters hadden 'm al opgegeven. Nou, toen woonde d'r bij ons op 't dorp 'n oud vrouwtje en die zei: Je moet d'r 'n vijg op leggen. Maar m'n broer, die geloofde d'r niks van en die zei, dat 't allemaal kunsten waren en die at de vijgen zo op. Dus nou hoef u niet te zeggen, dat 't van 't bijgeloof was. Enfijn, om m'n moeder 'n plezier te doen dee-die d'r dan toch 'n paar vijgen op, en nou... jullie moesten 'm zien, Hollands welvaren, juffrouw Meks kent 'm wel en nooit geen last meer gehad... en zo kan 't met u jongetje misschien ook nog wel gaan.
Ze praatte nu alleen tegen de polisieman en rond de ronde tafel begonnen de andere gesprekken weer te kletsen.
Anna diende rond. Bier, limonade, een conjakkie voor de polisieman en voor de man van de huisjuffrouw. Sam was moe en zat met z'n ene hand onder z'n hoofd... praten lijsde loom. De klok sloeg vóór negen uur.
- Die is 'n kwartier voor, zei juffrouw Meks.
Een stilte dan. Maar de man van de huisjuffrouw stond recht, nam z'n glaasje op, dat bruin tintelde:
-Juffrouw Meks... al is de bruidegom er niet, ik wil toch op je toosten, je bent een brave vrouw en 'n goeie moeder voor Alex geweest, juffrouw Meks, daar ga je.
En toen riepen ze allemaal: juffrouw Meks, daar ga je, op de gezondheid van je zoon en z'n meissie.
Een prettiggele vreugdstemming kleurde op, en die zachtjes verintiemde weer. Maar vinnig rood toonde scherpe angst er door, dat juffrouw Meks onrustig wier, waar bleef Alex dan
155