JACOB ISRAËL DE HAAN
we kringen onder haar ogen en d'r handen gevouwen op d'r buitbuik.
De polisieman en Sam smoezelbabbelden over 't gebroken ruggie van een van de kinderen, de vader fijnpluizend vertelde precies wreedjes, hoe 't gekomen was, en moeder verklaarde nader; een prettige belangrijkheid voor dat gebroken kind.
- Z'n ruggie is helemaal kapot, hij leit nou de hele dag maar pal achterover en as-ie wat doen moet, loopt 't met permissie zo langs 'm heen...
Luisterden allemaal pretsmullend nu, en vonden 't liefstrelend te horen van die ziekte van 't kapotte kind en huisjuffrouw zei: Ja, ja. Maar de moeder doorvertelde:
- En wat we d'r al voor 'n moeite voor hebben gedaan, dat is gewoon niet om te zeggen, maar nou hebben we 't opgegeven, de dokter zeit, dat als 't merg over z'n hartje loopt, dat 't dan uit is.
En ze pacifiekte bonkbuikig in d'r kastenhoekje terug en zuchtte.
-Ja maar m'neer Sam, zeg u dat nou deris, kan dat zo maar, zei huisjuffrouw gewichtig, is daar nu niets aan te doen, moet dat schaap daar maar zo sterven?
- Ben je d'r alles mee naar de somnebuul' geweest? informeerdejuffrouw Lepelaar.
- Kouwe kakkie, mens, zei juffrouw Meks, ik weet van 'n geval ...
- Nee, dat moet u nou niet zeggen, zei huisjuffrouw, die zelf wat zeggen wou. Ik weet van 'n geval, dat 't wel geholpen heeft, dat was wel niet van 'n somnebuul, maar met 'n fistel-pot2, dat zal m'neer Sam toch ook wel weten.
Gespannen naar 'n nieuw geval luisterden ze allemaal, alleen
I. Somnambule: iemand die in slaapachtige toestand paragnostische gaven bezit, waarzegger
i. Vrouwtje dat zweren kan genezen
154