PIJPELIJNTJES
jaren, dat ik d'r heengaan nog nooit gebeurd... vanmorgen had ik me haast verslape...
-Zo...?
-Ja, moet u begrijpen, cente voor 'n porder1 heb ik ook niet, 't kost me toch al alle keer me centen, en nou klopt me buurman me altijd as-ie naar z'n werk toegaat, maar nou hadden we gisteren net ruzie gehad nou toen zei-die: versleten hoer, je rotte zoon, die in de nor zit, nou toen zei ik: rotte meidevent... loop jij maar liever niet na de witte meiden... en toen is-ie net eks-pres vanmorgen stil weggegaan, want ik slaap nogal licht, anders had ik z'n deur wel horen klappen... affijn ik ben d'r toch nog gekommen...
- Nou, maar as u de trein verzuimt dan laten ze u d'r zeker nog wel later in, zeurbabbelde ik tegen haar in.
Juffrouw Meks sliep in 't zonnetje, Sam zat alnog uit 't raam te kijken, zei niets.
- O, nee, babbelde oud wijfje, je hebt maar op tijd te wezen of je komt d'r niet in... gut de juffrouw slaapt... nou, die is ook an 't tobben... ja, ik weet d'r alles van... 't is vreselijk...
Haar stem fijnde zachtweg, maar sterker sprak ze weer op:
- Moet u hore, wat mijn eris gebeurd is... moet u hore. U weet zeker wel, datje d'r niet elke om de dinsdag in mag, maar de eerste en de derde dinsdag in de maand... nou maar dat wist ik toen niet, en je hoefde toen ook niet vooraf te schrijven zoals nou, en toen had ik me d'ris een dinsdag verteld, 'n mens is toch waarachtig geen pieterseliewortel, dat je je niet vergissen kan, nou toen ik d'r kwam, toen kon ik weer net teruggaan, zoas ik gekommen was, hoe vindt u dat nou... ?
Zoetsoezendjes praatte oud-vrouwtje door, dommelig door de suffige stoofwarmte van 't houten hokje, waarin nu de zon nog goudwarmde ook. En juffrouw Meks sliep nog en Sam
i. Iemand die voor zijn beroep mensen wekt
"7