XII. BOEVENDAG
Eerste en de derde dinsdag van de maand ging juffrouw Meks altijd boevewaarts. Dan stond ze vroeg op en Toos dacht, dat ze naar Weesp ging.
Dinsdagmiddag en ze was pas terug. Onze ramen open omdat 't buiten zo enig-lekker begon te zonnen en uit de tuin naar-bovenpraatte juffrouw Meks:
- Ik ben d'r weer geweest... een mooie lol.
- Zo, hoe was 't ermee?
- Och, zo goed as 't zijn kan, maar je kan niet veel van mekaar zien, ik sta achter tralies en hij 'n end verder ook achter tralies met nogeris kippegaas d'rvoor en daartussen loopt dan zo'n soortement van bewaker, die hoort alles. Dus u begrijpt, alles zeggen dat durf je-n-ook al niet, want dan knauwen ze je later dubbel.
Ze zweeg. Maar met lang praatwachten erachter, dat er nog iets kwam.
Ik zat in de vensterbank en Sam lag achter mij op de canapé.
- Is m'neer Sam thuis?
-Ja... hoe dat zo?
- Och, 't hindert ook eigenlijk niet, ik wou u alleen maar wat vragen, maar u moet 't niet mal vinden...
- Nee...
- En ook niet brutaal...
- Nee... zeg u maar wat 't is, 't zal wel loslopen.
- Bree wou zo graag, dat u of m'neer Sam of alletwee d'ris
123