PIJPELIJNTJES
Heerlijk weer de volgende morgen. Toen ik wakker werd zag ik de zonneschijn in de kamer en toen ik opgestaan was in de tuin. Waar de regendroppels weg waren. Het woei, een rok, die aan de overkant uithing, floddervloog1 langs de muur. Sam sliep nog. 't Was half acht en ik liet hem slapen. Ging achterover op de canapé liggen met m'n handen onder m'n hoofd. En dacht weer aan de jongen. Vandaag nog eens proberen en flinker zijn. En dan preciesde ik weer, wat ik zeggen moest en doen.
- Ga je mee vanmiddag naar Siep Broersma2 , d'r zouen 'n paar lui komen en hij had gevraagd of je ook kwam.
Sam vertrouwde me niet, wilde mij niet alleen laten en daarom zei ik:
-Ja, dat is best.
Dan werkten we de hele morgen rustig door en door 't werken heen preciesde ik nog eens 't hele plan uit, woordje na woordje van hem en mij in mezelf voorpratend.
En nou niet eerst om acht uur er heengaan, maar vroeger, om vier uur bijvoorbeeld en dan maar wachten, want hij kon best vroeger dan acht uur komen, maar eerder dan vier uur zou hij er toch niet zijn.
Na 't drukkere koffieuur rustten we wat uit. Ik lei op de canapé in de ene raamhoek en Sam op de grond vlak bij tussen 'n paar kussens. En naar een geel zonnestreepje op de muur net over keek ik, dat langzaam voortgleed tot 't in de kamerhoek kwam en dan weer verder ging de alkoof in. Tot 't weg was, toen zei ik:
- Sam, 'k wil toch maar liever niet naar Siep gaan.
- Nee? Waarom niet?
- Ik heb niks geen zin, ik ga naar Zaandam naar Marie, 't is zulk leuk weer nou voor op de boot, ga je mee?
1. Flodderen: fladderen (Zuidnederlands)
2. in P 2: Siep Reesink, naar wie Sam op blz. 38 ook al is toegegaan
119