PIJPELIJNTJES
manke witte voor twaalf stuivers, dan kon juffrouw Meks de andere helft houen. Maar 't Meksenmensje tegenspartelde nog. Zo maar in enen kip te eten, dat paste d'r helemaal niet, en as de manke uit 't hok ging, dan moest ze d'r minstens 'n daalder voor hebben, minder ging-ie niet, want dat was-ie best waard. En huisjuffrouw tegenbeweerde weer, dat 'n daalder veel te duur was, om deze tijd van 't jaar en dat ze 'm best helemaal wou hebben, as ze maar wist, waar d'r man en zij 'm moesten laten met z'n tweeën en dat 'n bordje kippesoep juffrouw Meks zelf toch ook geen kwaad zou doen en Toos ook niet, die d'r toch de laatste tijd maar weer wat pips uitzag.
Maar juffrouw Meks was geen huur achter en dus zei ze goed en resoluut, dat de manke niet beneden de daalder 't hok uitging, dat Toos d'r helemaal niet pips uitzag en dat zij, juffrouw Meks, geen kip nodig had.
Dan juffrouw Bramer in enen:
- As we 'm eris an m'neer Sam en m'neer Driesse overdeeën, zulke here hebben daar toch ook 't meeste verstand niet van... je zal zien, dat ze wat graag wille... m'neer Sam is maar wat 'n lekkerbek.
- Dat kan mijn niet schelen, als u maar weet, dat ik mijn here niet laat afzetten... u moet zelf maar weten, wat u doet, maar ik zeg maar, wie kip wil eten, moet 'm betale, net zo goed as wie in 'n huis woont.
- Zijn ze thuis?
-Ja, ik gelooft wel.
- En d'rlui raam staat open.
- O, dat doenen ze wel meer, m'neer Sam hèt zeker weer hoofdpijn.
- Nou dan kom ik effen, doe maar even open...
Lichtprettig hadden we 't gehoord, maar nu in onze teervergul-de zonstemming zei Sam, dat we net moesten doen of we van
io 7