Ien: “Kameraden! Wij worden vermoord” schreeuwde iemand. Ik stond versteend van schrik, koud en heet tegelijk, en moest mij vasthouden om niet om te vallen. Mijn slot knarste en mijn deur vloog open. “Neem je pet,” riep een van de assistenten. Ik nam mijn pet en ging naar de gang. Daar stond Annenkov met een papier in de hand. Nog drie kameraden werden uit hun cellen gehaald, evenals ik beschuldigd het bewuste briefje te hebben geschreven. “Naar de badkamer” was het commando. Toen begreep ik, dat wij gegeseld zouden worden. En zo was het. Eerst werd een van de andere drie in de kamer daarnaast geroepen en weldra weerklonk een hartverscheurend schreeuwen: “Het is allemaal een in elkaar gezet spel” gilde hij aanhoudend. Eindelijk moest ik binnenkomen. In de bewuste kamer bevond zich een aantal assistenten en bewaarders, onder aanvoering natuurlijk van Annenkov. Hij lachte allergemeenst en zei, dat ik was veroordeeld tot twintig geselslagen wegens het schrijven of doen schrijven van die brief. Ik gaf geen antwoord. Men legde, of liever men kruisigde mij op een bank, bedekte mijn hoofd en begon. Een aantal bewaarders hield mij vast. Twee sloegen om beurten en in de maat. Ik beet mijn hand kapot, maar gaf geen geluid. Dit scheen de heer Annenkov maar matig aan te staan en hij gaf bevel een beetje stoom bij te zetten. Maar ik hield vol en gaf geen geluid. Mijn krachten begonnen echter reeds te minderen en het bewustzijn begaf mij. Achttien, negentien, hoorde ik nog, en ik dacht: “Nog één slag... nog één.”1 Maar helaas, de heer Annenkov liet zich zó meeslepen, dat hij dóórtelde: éénentwintig, tweeëntwintig. En zij bleven maar doorslaan. Zijn
I5I
1
De heer H. S. van Son vermeldt in Het Handelsblad van 5 april dat de Inspecteur der Gevangenissen te Orel hem heeft meegedeeld niet meer te geven dan dertig slagen. Dit als teken van zachtmoedigheid. Inderdaad staat de wet honderd slagen toe (Notice officielle 41) en zegt verder: ‘Ainsi que le prouvent les lignes précédentes, le régime des peines disciplinaires fonctionnant en Russie possède, outre sa souplesse et sa variété, un certain degré d’intensité (inderdaadl) sans toutefois comprendre des châtiments qui portassent un caractère de torture.’ (Notice 42).