anderen werden op carcerrantsoen gesteld. Op 10 juni schold L. een der gevangenen voor schoft. De anderen protesteerden. De persoon in kwestie kreeg carcer. Dit alles raakte in Petersburg bekend en er kwam ter onderzoeking een inspecteur van de hoofdadministratie der gevangenissen Loesjitski. (Naar men zegt is hij gekomen naar aanleiding van het feit, dat een strafge-vangene een gevangenisarts met een bank geslagen heeft.) Loesjitski ging door de gemeenschappelijke zalen, deed vragen, nam collectieve opgaven aan, sprak op gewone toon en met gewone woorden. Hij drong er op aan, dat ieder voor zich zelf spreken zou. Hij zei, dat op het ondertekenen van collectieve klachten zware straffen stonden en dat wij in groepen van vijf zouden worden berecht. Hij sprak vooral met Wazjano, Zjade-novski, Alexis Saposjnikov, Petsjonkin, Kontofovitsj, Pogo-janoe, Ljavgisjin, Koeznitzov, Loskovski, Dorodov, Sjarepa, Bi-litjin en Goerkov. Wij klaagden over de slechte behandeling door de artsen, vooral dokter Petroff. Daarna reisde Loesjitski weer af.
Op 20 juni liet Ljubinetski geselen, Prajogin, Bogdanov en Boezinov. Wij vernamen dit eerst de dertigste en kwamen toen opnieuw in verzet. Op de inspectie van de 7de juli ontbraken 200 man; zij gaven de volgende verlangens te kennen: 1) afschaffing der geseling; 2) afschaffing van de carcerstraf voor 30 dagen; 3) verwijdering van Ljubinetski; 4) afnemen van de boeien op wet telijke tijd; 5) wandeling volgens de wet; 6) medische hulp. Om elf uur begon men ons in de carcer te plaatsen: Lichtenstein, Zjadenovski, Bilibin, Boekov, Saposjnikov, Koez-njetsov, Ogarov, Lafgisjin, Sjarepa, Woronitsjin, Antoni Konoei, Tsiala, Barisjewitsj. Anderen werden op carcerrantsoen gezet. Alles voor dertig dagen. De negende juli verscheen ter onderzoeking de nieuwe gevangenisinspecteur. Hij nam alle klachten op, ook in de carcers. Hij vroeg ieder waarom hij in de carcer zat. Hij verklaarde, dat de geseling onwettig was geweest. Na zijn vertrek werd in plaats van twee, twee en een half pond brood gegeven, alle dagen water. Op 17 juli ’s nachts drie uur hoorde ik, dat een deur openging en dat de brigadier de namen
119