In Russische gevangenissen

Titel
In Russische gevangenissen

Jaar
1913

Druk
1986

Overig
2ed 1986

Pagina's
158



is de heer Minor ’s winters opgesloten geweest in een geheel koude cel met temperaturen van twintig graden vorst, zonder enige andere kleding dan het gewone wintergoed. Dat is niets minder erg dan het verhaal in de Radical, waarvan ik trouwens volstrekt niet wil beweren, dat het niet waar is. Want als de regering een verklaring geeft van de knaap Diakonov en mr. Jdanov, dat zij niet mishandeld zijn, waarom geeft zij er geen van de heer Minor? Sarâtov is toch niet moeilijker bereikbaar dan Aleksandrovskoye in Siberië, waar de heer De Khroulev mr. Jdanov bezocht. En hoe weet de regering, dat de heer Minor iets wel of niet aan zijn advocaat heeft verteld? En waarom greep de heer Tichomirov niet de gelegenheid aan de heer Minor de beweerde mishandeling te laten logenstraffen?

De Russische regering zegt, dat de gezondheidstoestand van de heer Minor volkomen voldoende is. (Wzjo blagopolouchno’: alles in orde. Een van die bittere slagwoorden in Rusland. Het Démenti is van 1910. Hoe de gezondheid van de heer Minor toen was, weet ik niet. Nu is hij een man van eenenvijftig jaar, gebogen. Zijn lieve stem is dof geworden. Zijn handen beven. Zijn hoofd is geheel kaal. Zijn volle baard is geheel wit op één plekje na boven de rechterbovenlip. De gezichtszenuwen trekken voortdurend onbeheersbaar. Ik wil geen beschrijving geven van de ontroering van een man, die ik zó lief heb, maar laat mij zeggen, dat de heer Minor zeer ontroerd was. Hij is niet bedlegerig, maar zijn zenuwen zijn verwoest. Zijn geheugen is gehavend. En wat is zijn werk: het kerven en branden van houtwerk, twaalf uren per dag, voor een man van zijn geestelijke behoeften. De heer Minor vertelde mij, dat hij nog vier jaar tuchthuisstraf moet ondergaan. ‘En daarna?’ ‘Ach,’ zeide hij: ‘daarna? Daar denk ik maar niet over. Ik ben 51 jaar, ik geloof niet, dat ik nog vier jaar te leven heb. En als ik naar Siberië ga, mag mijn vrouw niet meegaan. Zij heeft daar geen woonrecht. Joden, die niet veroordeeld zijn, zouden het Heilige Land Siberië ontwijden.’ Maar laat mij verhalen hoe ik de heer Minor ontmoette, ’s Zaterdags waren wij in de Centrale gevangenis te Moskou. Op de vraag in een zaal, wie een vreemde taal sprak, ant

107

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.