'Zo', zeide hij eenvoudig en vriendelijk, 'die zijn ook al ver heen... enfin, ik haal ze nog wel in, eer het morgenochtend is... toe De With, tap jij even... drink je zelf niet?'
'Nee', zeide Willy de With ernstig, 'ik ben geheelonthouder. '
Nico beantwoordde hem voorkomend: 'Zo, dat is verstandig van je... ik drink tegenwoordig verbazend veel... en Heieen ook; dat is verstandig van ons, want we hebben dat nodig.'
Willy de With keek verbazend, met zijn stille ogen open, toen toornig, maar Nico sprak tegen ons allen anderen in het algemeen, met ernstige, pleitende stem: 'Mensen, zo dronken, zo nuchter, als anderszins, nu wil ik jullui het onstichtelijke verhaal vertellen, hoe ik vanavond inenen negen mille heb verdiend, zonder pleidooi, en zonder conclusies... ja zeker.'
'Vertel maar op, jij', riep Godert van Rossum in vijandige dronkenschap. 'Maar niet liegen', riep hij toen, alsof hij tegengesproken werd, 'niet liegen... de waarheid en niets dan de waarheid... dat is de eed, en daaraan moet men zich beslist houden.'
Zijn stem reutelde mompelende uit. Nico keek naar hem met droefenis en hij zeide, zó, dat het mij ontroerde: 'Van Rossum drinkt... dat is niet goed voor hem... overigens weet iedereen dat ik nooit meer lieg dan nodig is, want dat vind ik immoreel.'
93