den doosje waarin men een vriend een hapje cyaankali aanbiedt met de verzekering dat hij het doosje mag houden of zoals een zeer verzorgde nagel die langs een schoolbord krast. Wij nemen hier één fijn fragment als specimen van het genre op. Het werd herfst 1908 afgedrukt in Ontwaking en waarschijnlijk in de voorafgaande winter gemaakt, toen De Haan als 'tijdelijk ondermeester aan eene stads-ar-menschool' te Amsterdam werkzaam was. 'Het werk in de school', schreef hij aan Van Eeden, 'valt mij zeer moeilijk. De klas is zeer groot, vijftig. De kinderen staan mij tegen'.
GEUREN
Geuren hebben mijn beste genegenheid, in veel meerdere mate dan de fraaie letteren en de fraaie muziek. De mensen in het groot weten weinig van geuren af. Zij achten haar niet hoog. De wijze, waarmede men de geuren verdeelt is grof, in veel meerdere mate dan de wijze waarmede men kleuren en klanken verdeelt. Ik weet het beter, en ik ken voor mij een nauwlettende schaal van geuren met verdelingen en onderverdelingen, even goed als een schaal van klanken of een toonschaal.
De geuren, die voor mij een sterke behoefte bevredigen, zijn niet altijd die, welke men in het
17