voor hem was groot. En ik besloot de gehele wereld door te zoeken, en daarmede niet te eindigen, tenzij ik hem gevonden had. Dan wilde ik hem van onze verhouding verhalen en verder een goed, gewillig dienaar voor hem zijn, wiens leven geheel aan zijn verminkt bestaan wordt toegewijd. Nadat ik dit besluit aangenomen had, gevoelde ik beslist, dat ik het volbrengën zou ook. Het was voor mij alsof ik mij reeds lange tijd geleden had voorgenomen op dit bezoek, dat zo groot als de wereld was, te gaan, maar in dezelfde tijd verbaasde het mij zeer, dat ik daar niet eenmaal eerder aan had gedacht.
8
Het spoorloze zoeken naar de lijder aan lupus was voor mij een hard geval. Want na vele jaren van snel en ook fel zwerven was ik vrij gegoed weder in Holland en in Haarlem komen wonen. En nu echter moest ik mijn bestaan, mijn geld en mijn goederen onvast maken, om hem te zoeken, die ik maar zeer lief had. Welke weg langs moest ik nagaan?
Op de dag, dat ik besloten had rond te reizen, bekeek ik het schrille gezicht scherp volgens de regelen van de volkenkundige wetenschap, om te zien óf, en zo ja welke, rasaardige vormen, maten en lijnen het had. Om te weten onder welke volken ik hem enigszins zoeken moest. Maar daar leerde ik weinig van. Wel meende ik, dat hij niet tot een van de Romaanse
in