wadi. Er zijn hier vele wadis. Maar in den zomer zijn zij volkomen droog. Het is nu wel regentijd. Maar ’t heeft toch in een dag of tien niet geregend. Alles is weer droog. Met hier en daar een plas. Waar een kudde schapen wordt gedrenkt. Of een Bedoeien uitrust met zijn paard. Het land heeft regen noodig. Maar als Allah wil, zal de regen spoedig komen. Allah heeft den kouden zeewind al gezonden. Ik heb mij alweer gewikkeld in de warme wollen deken van Abdoel Salaam, het mooie handwerk van Anatolië. De herdersjongens langs den weg bibberen in hunne kleeren. Zij slaan de schapenhuiden om zich heen. De kleine lammetjes, die nu veel geboren worden, zoeken de melk van hunne moeders.
Wij zijn het district van Berseba al uit. Gaza is ook maar wijd vertolkt. Maar ’t land is er beter. Vlak, al zijn er plotselinge heuvelen. Het is goed bebouwd. De eerste gerst waast al groen over de grijze, zwarte akkers. In vredestijd voerde Gaza voor drie millioen gulden per jaar uit aan gerst. Naar Engeland.Voor bier.
Abdoel Salaam vaart uit over de domheid van deze Arabieren. Waarom ploegen zij dit vlakke land, en zonder steenen, niet met de stoomploeg, in plaats van met hun domme kameelen.
92