een zwartje koffie. De paarden zijn goed uitgerust en wij gaan weer. Abdoel Salaam en ik stilzwijgend. Want ik leer de les van Allah, dat Palestina ook in mist en regen een land van God is. Hadj Achmed is warm en gelukkig in zijn soldatenjas.
Het land is goed bebouwd. Langs den weg en bij den weg zijn vele dorpen. De meesten op hun heuvel gebouwd. Wij zien Jimsu, het oude Gimso, dat de Philistijnen veroverden in den slechten tijd van Ahaz. (n Kronieken 28:18). Het kleine dorp Barriye. Een klein uur verder El-Kubab, het Talmudische Kobe, met vele goede regenbakken, een schat in dit land. Rechts gaat een weg naar de Tell-el-Jeser en het dorp Abu-Sahusheb. Dit is het oude Gezer, talrijke malen vermeld in de heilige schriften (Josua 16:10; Rechteren 1:29; 1 Koningen 9:16). Een allerbelangrijkst strategisch punt. (Josua 10:33 en 12:12.1 Samuel 27:8; 1 Maccabeeën 15:28 en 35). Het Palestina Exploration Fund heeft hier zeer belangrijke opgravingen gedaan. Voorbij het dorp El-Kubab naar het Noorden de vallei van Ajalon, waar de zon op Josua s bede heeft stilgestaan (Josua 10:12-13) en de twee dorpen Beth-Horon, belangrijke punten in dejoodsche krijgsgeschiedenis.
160