zeer oude olijfboomen. Rechts het nieuwe dorp van Surafend, waar de Joodsche soldaten hebben gelegerd. Een half uur later loopen wij veilig de haven van Ramleh binnen.
IV.
Wie zijn paarden liefheeft, laat ze te Ramleh een uurtje rusten. Hij geeft hun lekker water. Hij geeft hun goede gerst. Hij drinkt een fijntje zwarte koffie. Hij gaat een uurtje wandelen. De naam Ramleh is zuiver Arabisch. Beteekent „zand”. De stad dateert uit het begin van de achtste eeuw. Gedurende de kruistochten was het een groote stad, grooter dan Jeruzalem en woonplaats van eenen bisschop. Napoleon heeft in het klooster gewoond. De stad mag nu een zesduizend menschen hebben, waarvan een derde christenen. Wij zien de groote moskee en ook den beroemden Toren. Wie door de vlakte naar Ramleh is gereden, van Jaffa af, of van Rehoboth af, heeft altijd den grooten, zwa-ren toren van verre gezien. Wij zouden een héél mooi uitzicht kunnen hebben van het platform af. Maar we hebben beloofd op tijd terug te zijn. Het koffiejongentje bedeelt ons nog met
i59