touw en touwtjes zóó goed bijeen heeft gebonden, dat wij zonder dooden JafFa hebben bereikt, waar de smeden wonen en de wagenmakers? Allah is groot. En een Egyptisch pond is hier niets meer. Zeye zift!
ii.
Maar Allah leert ons iets héél liefs vandaag. Het regent. Het is vannacht al begonnen te regenen. Zonder wind en zonder geweld. Maar langzaam en gestadig. Wij zullen bijna den geheelen dag door den regen rijden. En Allah zal ons leeren, hoe mooi ons land ook in den regen kan zijn.
Het is tien uur, wanneer wij Jaffa verlaten. Het land ligt in een grijzen regenmist gevangen. De groote vruchtentuinen rondom de stad. En de afheiningen van de hooge cactussen. Dan de vlakte, die de vlakte van Saron is. Na de goede regens, die Allah ons dit jaar gegeven heeft, zijn het gras en het graan vol opgekomen. Hun groene velden liggen zóó stil en zóó verzacht in den mist, die maar regent. Het leven van het land gaat. Langs den grooten weg varen de automobielen. Vele vandaag, omdat het Zondag
156