den. Wij zullen niet verder komen danYebnah. Het is zes uur. Een verrukkelijke avond. De paarden zijn vermoord. Zij waggelen. Achmed hijgt. De zoon van sjeikh Jaacoeb, dien alle Soedaneezen de hand kusten! Door een prachtige cactuslaan strompelen wijYebnah binnen. De oude stad van R. Johanan ben Zakkai. „Zeye zift”, „het is drek”, zegt Abdoel Salaam.
144