sommigen dan weer besluiten, dat het oude Philistijnsche Askalon toch niet aan de zee zou hebben gelegen. In den tijd van de kruistochten was Askalon een belangrijke haven. De stad lag in een halven cirkel van wallen met de zee als koorde. In den Zuidwesthoek lag een kleine haven.Van de oude vestingwerken zijn nog dee-len te zien. De muren moeten wel een paar meter dik zijn geweest.Van boven den heuvel af, heeft men een goed gezicht op de plaats, waar eens de rijke stad stond. Ik bouw de stad weer op, terwijl de wind waait. En de zeeën breken. Zal de nieuwe tijd de oude stad weder opbouwen en tot bloei brengen? Zij ligt vernield in zoo een rijke buurt van gaarden. Er is een overvloed van zeldzaam goed water. En hoe ongelukkig gehavend leeft haar groote naam nu voort in den naam „schalotten”, de fijne uiensoort, die zij in den ouden tijd reeds uitvoerde. (De Engelschen zijn er weder opgravingen begonnen.Voorloopig met succes.)
IV.
Ik ben heel lang weggebleven. Abdoel Salaam heeft lang gewacht. Toen is hij ongerust gewor-
120