lief afscheid genomen. Wanneer zullen wij weder komen? Zullen wij weder twee zoo mooie paarden medenemen?
Onze koffers staan al klaar. Wij zullen morgen, gelijk met den dag, opstaan. En naar een andere stad trekken. Die ik u nu nog niet noemen zal. En vraagt gij mij nu of wij „wabsoet” zijn? Dan past hierop slechts één antwoord: „Chamdillah”. Ja. Geloofd zij Allah! zijn wij nu zeer tevreden. Wij Ademen de Lucht in bij geheele dagen. En altijd mooi, zacht en zonnig weer. En dat midden in den regentijd. Allah is groot. Wij zijn tevreden.
113