88
zelf worden voldaan, tenzij vader of voogd zich hiertegen verzet (22).
Betaalt de werkgever anders dan in geld, dan kan de arbeider desniettemin toch zijn loon nog eens in geld opeischen, in welk geval ’t Gemeentebestuur die bons enz., welke in betaling zijn gegeven, opvragen kan om ze ten bate van noodlijdende arbeiders in de gemeente te besteden (art. 24).
Betaalt de patroon niet uiterlijk den derden dag na den gebruikelijken betaaldag, dan heeft de arbeider recht op eene verhooging, en wel: voor den 4en dag tot den 8en dag 5°/0 per dag en voor eiken dag, dat hij langer moet wachten, 10°/o daarboven. Dat al met een maximum van de helft van het loon, zoodat na den 33en dag van wanbetaling hij nimmer méér kan vorderen dan 150°/o (art. 27).
Wordt dit dan een gewone schuld; m. a. w. kan de arbeider nè. die 150°/„ nog eens 5°/0 per jaar wettelijke interessen vorderen, of is die 150°/0 het hoogste, dat de arbeider immer krijgen kan?
Bedingen, waarbij van dit voorrecht wordt afgezien, zijn alleen geldig voor arbeiders, die meer dan 3 gld. per dag verdienen.
Staat de arbeider (in dienstbetrekking) bij zijnen werkgever in het krijt, dan mag deze in het algemeen zijne schulden niet op het loon korten, maar moet dit volkomen uitbetalen. Dat is de regel dien art. 28 Ontw. Dr. stelt. Uitgezonderd daarvan zijn slechts enkele schulden. En zoo mag de werkgever in het diamantvak de volgende posten van het loon afhouden:
1°. Schadevergoeding wegens niet nakomen of onrechtmatig verbreken van het contract.
2°. Huurprijs van eene bij schriftelijk contract verhuurde woning.
3°. Teruggave van voorschotten op het loon.
4°. Teruggave van hetgeen bij definitieve berekening van het stukloon blijkt voorloopig te veel te zijn betaald.
Het arbeidsloon is meestal de eenige bron van inkomsten van den arbeider. Ware „beslag” nu op zijn vol loon toege-