28
3. den knecht op den winkel van klovers- of snijdersbaas, steeds arbeider in arbeidscontract;
4. den winkelcbef (op winkel van den juwelier). — Lasthebber als vertegenwoordiger van den juwelier. Partij in arbeidsovereenkomst als chef van den winkel. Aannemer van werk — als werkman (klover of snijder).
5. den knecht op winkel van den juweber — arbeidscontract (geniet tijdloon).
6. den werkman op winkel van den juwelier — met of zonder chef — aannemer van werk.
Aannemers. van werk zijn dus: de alleenwerkende huisarbeider, winkelbaas, winkelcbef-werkman, werkman op juweliers winkel.
Arbeiders in dienstbetrekking: de knecht (leerling) van winkelbaas, winkelchef als „chef’, de tijdloon ontvangende knecht van den juwelier.
Zien we thans boe het met de slijpers gesteld is.
§ 3. De slijpers.
Bij de slijpers treffen wij in hoofdzaak dezelfde verhoudingen aan, hier en daar gewijzigd, met nog enkele andere personen en omstandigheden, die de grenzen tusschen aanneming van werk en arbeidscontract — bij klovers en snijders dikwijls al heel vaag — nog meer verdoezelen.
En nog moeilijker wordt de kwestie, nu we hier soms regeling aantreffen uit de moderne groot-industrie naast oud-vaderlijke instellingen, en we hier moeten gaan onderscheiden tusschen twee soorten werkgevers.
Er zijn juweliers en eigenwerkmakers.
Deze laatsten (niet te verwarren met de eigen kosten werkers, waarover later), zijn géén arbeiders, maar ook juweliers. Om echter de verhouding, waarin ze staan tot hun werklieden goed te begrijpen, is het noodig eerst te weten, wat de betrekking