97
zeggen, ofschoon het werk reeds begonnen zij, mits den aannemer volkomen schadeloos stellend voor alle gemaakte kosten, arbeid en winstderving (art. 1647 B. W.). Ook voor stukwerkers in arbeidscontract mocht dergelijk artikel worden geschapen.
Voorts eindigt de aanneming (art. 1648) door den dood van den werkman, in welk geval de aanbesteder het voltooide deel van het werk aan de erfgenamen moet betalen.
Eene opzegging door den aannemer kent de wet niet. In diamantcontracten geldt dit evenwel als regel in één geval, reeds boven vermeld. Eigenkosten werkers nl. (slijpers) mogen een partijtje teruggeven, als vóór of onder den arbeid blijkt, dat er te weinig of niets aan verdiend kan worden. Snijders en klovers daarentegen kunnen dit bijna altijd voorzien. — Dit is dus bij knechten aan te merken als een gegronde reden tot weigering van den bedongen arbeid; bij aannemers eene opzegging van de gesloten „aanneming”.
De aan het partijtje inmiddels verrichte arbeid behoeft dan niet vergoed te worden, al heeft een enkele juwelier niettemin de gewoonte, den besteden arbeid toch te betalen.