96
landen, waar hun zoo groote lasten niet te dragen liggen.
Dit wat betreft de opzegging.
Echter moest er mogelijkheid bestaan dat partijen bij bizon-der gewichtige redenen, niet genoodzaakt waren met elkaar in contact te blijven; dit erkende onze Wet reeds in art. 1639 waar ’t gold dienst- en werkboden, naar dit beginsel handelde reeds lang de Fransche jurisprudentie, en dit gaf Mr. D r u c k e r aanleiding eene bizondere soort opzegging te erkennen, zonder termijn , zoodat partijen dadelijk van elkander los zijn, de dienstbetrekking is opgeheven, en dit om ’t even of het arbeidscontract op bepaalden of onbepaalden tijd was gesloten.
Art. 54—62 handelen over deze eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking. In ’t algemeen is deze onrechtmatig en moeten partijen genoegen nemen met eene opzegging, met het verstrijken van den tijd waarvoor zij zich verbonden hadden, of met de ontbinding door den rechter wegens gewichtige redenen (art. 50).
Toch zijn er gevallen mogelijk, waar dringende redenen bestonden tot dit eigenmachtig handelen. Is dit zoo, dan hoeft de partij, die het contract brak, geene schadevergoeding te geven, — welke schadevergoeding in de andere gevallen vrijelijk door den rechter wordt bepaald, met inachtneming van alle bijzondere omstandigheden.
En ten slotte eene opheffing der dienstbetrekking door den rechter op aanvrage van den niet-contractant: art. 51 Ontw. Dr.
Indien een arbeider tusschen 18 en 23 jaar in eene dienstbetrekking is getreden zonder bijzondere toestemming van vader of voogd, kunnen deze laatsten, alsook het Openbaar Ministerie, de opheffing dier dienstbetrekking bij den rechter aanvragen, als door hare voortzetting de toekomst van den minderjarige ernstig zou worden bedreigd.
Dit voor zoover het geldt arbeiders in dienstbetrekking.
Ten aanzien der aannemers gelden de wettelijke bepalingen omtrent aanneming van werk.
De aanbesteder kan, des goedvindende, de aanneming op-