Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



hem veel meer en die herders wil hij niet decoratief, maar badend in een vreemdsoortig maanlicht. Hij wordt er warm van.

Terwijl hij thuis zijn ezel klaar zet en ’n extra groot doek begint op te spannen, klinken van de straat heldere kinderstemmen uit de sneeuw. Alles heeft vanochtend ’n andere klank; hij denkt aan Ronde z’n Kerstlied, dat daarmee begint, dat hij ’n blank stuk papier voor zich heeft en dan opeens de boerenklompjes door de harde sneeuw hoort gaan. Eddie maakt vlug ’n tekening van zijn bedoeling en in ’n kwartier is die klaar. Dan begint hij zijn schets op ’t doek te trekken en tegelijk denkt ie aan Lode, wat die ervan zeggen zou nu hij juist op Kerstmis gaat arbeiden, terwijl hij alle dagen tevoren niets heeft uitgevoerd. Hij verontschuldigt zich al bij voorbaat, dat ’t alle vorige dagen donker weer was. Daarbij is dit geen profaan werk, maar door heilige liefde ingegeven. Het wordt misschien ’n keerpunt in z’n leven — het eind van zwaarmoedigheid, van de twijfel, hij weet nu waarvoor hij leeft: Om de heilige Familie te schilderen, en de os en het ezelken en de herders in ’t maanlicht en de glorie der engelen met opgeblazen wangen van het bazuinen. Hij gloeit van opwinding en is gelukkig.

Elke dag werkt hij nu tot ’t donker is. Hij wil Lode niet zien voor ’t af is. Als de lamp op moet, rookt hij ’n pijp en blijft zo lang mogelijk naar zijn arbeid staren, denkend aan wat hij morgen doen zal. Hij verandert steeds. Het geheel moet iets omlaag, omdat anders de engelen er niet op kunnen — vleugels geeft hij ze niet, dat wordt te vol: tenzij hij ze weer styleert en dat verdomt hij.

Enige dagen later gaat hij in de vinnige kou de straat op. Zijn prettig gevoel is aan ’t afnemen; hij kan ’t in huis niet goed .uithouden, is onrustig. Alle schilders en schilderessen die hem nog wel ’s beaoeken, hebben ’t huis verlaten; de Rotterdamse „beeldhouwer” Schouten is naar huis — de anderen zijn naar Londen, Stockholm of reveil-lonneren nog in Parijs.

Hier en daar liggen op straat reeds smadelijk weggeworpen kerstbomen en Lucas foetert ’n beetje in zichzelf, want gister stond in de Soir ’n stuk tegen ’t rooien van jonge aanplantingen en nu gooit men deze brave dennetjes als oud vuil in de goot. Maar hoe mooi liggen ze in ’t witte.

88

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.