Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



Wat ’n zeldzame onderschatting van het leven om altijd over de liefde te blijven doorzagen, idioot gewoon. Ga maar mee naar de kerk,” zegt hij, fanatiek bijna.

Lucas is even onder de indruk van de laatste woorden, schudt dan verdrietig het hoofd, hij gaat morgen vroeg wel.

Als hij later alleen huiswaarts wandelt, geeft hij Lode bijna gelijk. Hij móet met die larmoyante nonsens ophouden. Maar thuis gaat hij voor z’n piano zitten, speelt, fantaseert, terwijl tranen over zijn kinderwangen lopen. Naar huis, denkt hij, langs Charlotte d’r huis wandelen, dat is al ’n geluk; haar moeder zien, de kerkse, de preutse, of alleen maar hun meid, dat zou al ’n weldadige sensatie wezen.

In splendoribus Sanctorum, ex utero ante luciferum genui te... In de donkere nacht keert Lode ,uit de kerk, het is zacht beginnen te sneeuwen. De nachtmis heeft hem minder dan andere jaren getroffen, het goddeloos Brussel lag in het onkuise bed; slechts weinig gelovigen waren ter kerke. Hoe jammer, dat in de film zo’n plechtigheid dramatischer aandoet; zelfs de sneeuw doet ’t in Le Rêve beter dan in de werkelijkheid. Ex utero, vreemd dat zo onheilige woorden een heilige zin kregen, waar ’t over de geboorte van den Zaligmaker ging. Hij kan nu zo weinig aan heilige dingen denken, nu opeens de zonde hem door ’t hoofd speelt. Dat is de schuld van dien halven garen Lucas, een kerel zonder talent, ’n jong met centen, dat de artist wil uithangen. Dat geouwehoer over z’n Charlot, wat ’n naam! Hoe kan ’n snotkwajongen die nog niet droog is achter de oren, de liefde kennen. Als je jong bent, verbeeld je je ’t leven te kennen en niets snap je d’r van. Zo’n rein meisje anders, met blonde haren... Was hij afgunstig op dien dwazen Eddie? Het is waar, de grote liefde is voor Lode nog niet gekomen. Eens, in Maastricht, had hij in de herfst zich laten overhalen het park in te gaan, waar een vrouw rondschooide in een leren jas. Het was weerzinwekkend; zijn lust, zijn fantasie was groot geweest, maar daarna was hij wanhopig, leeg. ’s Anderendaags had hij gebiecht. Maar nog als hij ’n leren jas ziet, wordt het hem kwalijk te moede. Had zo’n del zeker aan tegen het nachtvocht of de kou. Veel had hij zich voorgesteld, ook van de pensionaires hier van de Moulin Rouge,

86

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.