Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



goed begreep. Ze liet de brief weer zien en zei: „Hopstraat.”

„Arm vrouwke,” sprak hij langzaam, „ge moet dan zo en zo gaan, maar beter is: ge vat de tram.”

Ze had nog nooit in zo’n tram gezeten; hoe dat schruwde, knerste en deed. Ze zei tegen den conducteur: „Hopstraat”, gaf hem ’n kwartje, kreeg vreemd geld terug met gaatjes er in. Ze zat nog wezenloos naar die munten in haar hand te kijken,, toen hij zei dat ze er was.

Maar dat was niet zo, het was de Hofstraat. Ze ging uitgeput op een natte drempel zitten.

Wij verkorten het droevig verhaal van haar omzwervingen, de opflakkeringen van er te zijn, vergezeld van de angst haar zoon gestorven te vinden. Uren later, levenloos en zonder hoop ging ze in ’n taxi, een dure auto, die haar wild door mekaar schudde, maar haar voor de deur in de Hopstraat afzette.

Het perceel was gesloten; de chauffeur bracht haar naar voren. In het warme, luide café waar men nog nieuwjaar aan ’t vieren was, verscheen de oude vrouw met haar hoofddoek en korf en de helft van haar spaargeld. Een vrouw, met lichtblonde krullen als ’n kermiswijf, stond haar te woord. De moeder vroeg hoe ’t met Louis was, „ik ben vrouw Wolff.” Ze begreep niet wat de lichtblonde zei; ze praatte rad en onverstaanbaar, ging haar dan voor, achter ’t buffet om de trap op.

„Hier woont ’em,” zei de patrones, die ’t druk had en weer naar haar klanten moest, „rust u maar goed uit, zulle.”

En daar stond moeder Wolff in een koude, zuurrie-kende kamer, ze ging snel op ’t bed toe... God, niemand lag er in, er had iemand in gelegen.., misschien was hij al begraven en kwam ze te laat. Misschien lag hij in het hospitaal? Ze huilde, en huilde, viel op de knieën, stond weer op, stram en koud, voelde zich dodelijk moe; met ’t hoofd op de tafel, door kou, honger en leed overweldigd, viel ze in slaap. Schrok af en toe wakker van gelach, gekraak, vreemd gekerm, in de naburige vertrekken.

In de morgen ontwaakte ze van gestommel, een bekende stap, er trad iemand binnen. Ze herkende in het donker haar zoon; ze richtte zich op, verward; hij leefde, was niet doodziek! Ze viel hem om de hals.

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.