een warme-worst-verkoper en hij kijkt naar Vera.
Een vulgaire volkswijsheid leert ons: wat een man mooier is dan een aap, dat heeft hij toe. Vera is lelijker dan ’n baviaan; ziek, bleek, oud. Wat de jonge Deen in haar, Russische vaatdoek, ziet? Maar Vera heeft hier het meeste succes, ze troggelt den Deen telkens meer af. Hij heeft blijkbaar z’n hele gage bij zich, schuift af; eerst gewillig, dan beduidt hij haar herhaaldelijk dat ze nu ’s eindelijk mee moet gaan. Maar ze eist voortdurend meer biljetten. De omzittenden zien dat, winden zich op. Intussen zwaait hoe langer hoe meer volk binnen, Fransen, ook Hongaren, die schreeuwen. Opeens loopt de Deen woedend weg, een appelronde Hongaar komt bij Vera en wil haar laten drinken. Da’s best. Maar opeens ziet men den Deen, vuurrood in ’t gezicht, terugkeren. Men roept: „Ga nu mee Vera, schaam je.”
Maar Vera blijft kalm zitten, dan is er een woordenwisseling tussen den Deen en den Hongaar, ze schelden.
„Hönisse,” zegt de Deen minachtend tot den landrot, men weet niet of dit woord kruidenier of kabouter betekent.
De Hongaar is waarschijnlijk van mening dat het een zeer ernstige belediging is, want hij braakt er uit, terwijl zijn wangen bibberen: „Ishtan Kurva!”
Hoe zich dit alles in ’n paar minuten kan ontwikkelen is niet na te gaan, maar de ruzie komt op peil, breidt zich over de Hongaren uit; de Antwerpenaren nemen ’t op voor den Deen, de Fransen willen er ’n eind aan maken, maar doen door hun vredelievend geschreeuw de gevechts-hitte juist stijgen.
Terwijl Ludwig nauwlettend de operaties volgt, is Vera ontsteld met ’t geld gevloden, maar Ludwig is te dronken om ongehinderd de uitgang te bereiken. Alle vrouwen hebben zich gillend en misbaar-makend achter het buffet verschanst. Ieder staat nu; glazen breken, ’n Jeugdig Fransman trekt zijn zakmes, doet ’t open en maakt ’n onverhoedse krijgshaftige beweging achterwaarts, zodat Ludwig die daar staat, ’n prik krijgt; zijn hand bloedt. De Fransman heeft het onheil dat hij heeft aangericht, bemerkt en verontschuldigt zich overbeleefd: „Ah, mille fois pardon, monsieur, c’était pas pour vous.”
Ludwig zuigt het bloed op en denkt: krepeer! maar
169