de koolverkoper gaan, kolen bestellen. Betaal volgende week. Op straat gaat hij voorzichtiger, loert behoedzaam rond. De charbonnier woont onder den beenhouwer; een vervaarlijk heer als de kattendokter, hij slaat met zijln bijl als een razende. Nieuwjaarsavond — Ludwig rilt.
Waarheen? In géén geval naar de haven. Hij beweegt zich stadwaarts. Zijn schoenen zuigen, hij verlangt naar een café op de Keyserlei. Misschien treft hij daar oude vrienden, artisten die voor hem betalen; misschien Lucas, die prul, die met z’n duiten de pers en de officiële instanties heeft weten om te kopen.
Het denkbeeld, bij Hulstkamp in de lekkere warmte te zitten, met mensen te praten, met mensen van zijn soort, fleurt hem even op. Hij loopt sneller. Hij heeft dorst, moet opeens denken aan de bedevaartplek, waarheen z’n moeder hem ’s heeft mee genomen; ze trokken naar ’n geneeskrachtige gewijde bron. Vader was toen al ziek, bewoog’ niet meer makkelijk en uit een pomp had moeder ’n flesje volgepompt met ’t heilige water. Had hij geloofd in de kracht van ’t water? Toen hij later op de snikhete dag met moeder en de processie terugtrok, kleefde zijn tong aan ’t droog verhemelte. Hij had éven willen drinken, maar hij dorst niet vragen.
Regelmatig keert de gedachte aan de dingen van het geloof terug: „Eert uw vader en uw moeder.” Op z’n vader heeft hij vroeger niet veel gelet. Dood nu, jammer, dat hij ' er nooit bizonder op gelet had, een goeie, ouwe man. „In de hemel zien we hem weer,” had de oude vrouw gesnikt.
Kort daarop sluipt een haveloze verschijning met een stok, bij Hulstkamp binnen. Het comfortabel koffiehuis is dermate bezet, dat ternauwernood iemand acht slaat op den onvoldoend gekleden Ludwig. Deze nu zoekt met hongerige blik of hij iemand kent. Niemand. Zonde van ’t geld om te blijven, maar de gezellige warmte, het praten,, lokt. Waar ’n krant ligt neemt hij plaats. Haveloos — haveloos. Warmte valt hier niet mee. Hij hoort de Hollanders praten, geen artiesten. Hij wacht. Geen kellner. Hij gaat de krant inzien, misschien staat er iets in van bekenden uit Holland, van ’n tentoonstelling van Lucas of zo. Hij leest graag gemengd nieuws tegenwoordig, dat boeit nog. Wat hem hinderde in de Belgische kranten was altijd, dat
162