likte hem de hand. Van lezen kwam die avond niets.
Men moet niet afleiden uit de zorgen, waarmee hij de arme kat omringde, dat hij een zachtzinnige was en liefde gevoelde voor zijn medeschepselen. Nu juist had hij nog krampachtige wensen om oude docenten, superieuren, critici, die hem getergd hadden, te ranselen, Mayeux, Zee-hane, zijn chef op Staatsmijn „Emma” of Agricola te vermoorden of Schwülstein te pijnigen, te villen. Vooral Schwülstein, dezen S.A.-man. Ziehier waarom: Hij was uiterst vertrouwelijk met deze belangrijke figuur onder de Antwerpse Duitsers omgegaan. Er was een warme behaaglijkheid in diens echt-Duitse kamer met geborduurde wandspreuken, kerstboom, gezellige Duitse dienstmeisjes, die Ludwig wel mochten. Misschien was het om de laatsten, misschien was de schrale S.A.-man jaloers, maar ook is het mogelijk, dat Ludwig wel wat gul omgesprongen was met geheimen van de „Eildienst.”
Het trof buitengewoon onplezierig, dat Ludwig als hij flink wat op had, den man allerlei intieme confidenties placht te doen. Later speelde Schwülstein ze tegen hem uit, bedreigde hem met de haat van communisten, die op hem loerden, dan weer met de wraak van Duitsers, van een veemgericht, dat hem uit de weg wilde ruimen, omdat hij te veel wist en te loslippig was. Dat was vooral na de reis met het Duitse schip.
De plezierreis ging uit van een vereniging „Kraft durch Freude”. Einddoel was het Carnaval in Keulen. Na de periode onder de Leuvense studenten zouden dit weer prettige dagen zijn. De meisjes, als steeds, waren aardig, toeschietelijk, maar desondanks, onder die honderden gratis passagiers gevoelde hij zich een nummer, terwijl hij ten zeerste van zijn persoon overtuigd was. Wanneer hij vroeger, in zichzelf verdiept, liep te dwalen, voelde hij zich een reus, zoiets als de 'O.L.V. kerktoren tussen kleine, wankele woninkjes. De vaart van zijn gedachten. En bij „Kraft durch Freude” was hij een nummer. Terwijl hij juist had gehoopt en verwacht, in deze nieuwe beweging zich te kunnen verwezenlijken: Er was een behoefte aan Leiders en Figuren, die de massa zou kunnen toejuichen.
Er was een meisje, dat zich niet prettig voelde. Ze was allerliefst, met een perzikhuid en donkerbruine ogen, „ik
156