Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



vrouw toe, verleidelijk als een Titiaan, gans niet Rond-rubensvlaams, maar van een slankheid zonder weerga en wij weifelen met onze bekende wankelmoedigheid, gaan voort, sluipen onwennig vreemde kavitjes in.

Ja Loven, onwennig, we kennen jou en je bravoure — als je vertelt; maar ik ben ’n realist en schroef de dingen niet op. Als ik zo’n vrouw had als jij, zouden mij geein melkwitte armen lokken. Jij moet zeggen als je tot je vrouw komt: Non dignus sum entrare.” (De hoge hinniklach van den schilder vloog als ’n duiveltje door het atelier.) „Weer ’n kroegje binnen: hier zitten zwijgende negers somber met afzichtelijke meiden; daar zwijgen in een donker hol Arabieren met z.g. Turkse koffie, walgelijk bocht, enkel drasprut, zeggen ze bij de sinjoren. Dit Turkish delight doet ons vluchten, we zoeken vrouwen en geen Arabische knaapjes. Aha, hier moeten we wezen. Een orgel speelt vervaarlijk schoon: lm dunkeln funkeln... Het café heet Schone Paula von Helgoland; bestaat er verleidelijker opschrift? We werpen de deur open en — deinzen ogenblikkelijk terug. Want een schrikkelijk bassende helhond, een demon, een antichrist op vier poten, treedt dreigend op ons toe. Z’n oude baas brengt hem tot bedaren. Ik kijk rond; er is niemand buiten den ouden waard met z’n verzopen dik aanschijn met keizersnor. Weemoedig buig ik me over de tapkast en vraag waar Schone Paula is.

De oude heer lacht teder en gevleid en wijst op z’n borst. Tja, mijne heren, hij zelf en niemand anders is de Schone Paula en even verlaten als dit kroegje, even desolaat van aanbidders is de oude manvrouw. Hij heeft me ’n foto gegeven, om je naar te lachen; een courtisane uit den jare 1890 met valse boezem, enorme parels. Ida, geef de foto’sl Goede vrienden, men kan ’t walgelijk vinden, zeker, maar grappig is ’t ook. Nietwaar Loven, tous les goüts sont dans la nature! Maar laat nu ’n jongejuffrouw uit ’n deurtje komen met prachtige blote rug en ’n hoge mannestem en harige handen die zich naar mij toe bewegen; maar ook dit is ’n travesti..., en maestro Lucas ijlt daar vandaan. Uit ’n Grieks café „De stad Rotterdam”, klinkt een meeslepend muziek van doedelzakken, snikken, juichkreten; een omhoog, omlaag, dat dronken maakt. Ik ruk de deur open. Griekse matrozen dansen extasisch. Eén houdt een zakdoek vast; tegen de muur staan de mei-

146

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.