Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



gevleid, vooral door ’n zo touchante erkenning van *n vroegeren verguizer. Ik geef hem dus de hand en hij begint over den „Christus” die hij nog altijd van me heeft en die hij zo mooi vindt. Ik beloof hem ’s te komen kijken, want hoe onhandig ’t ding wel moest zijn, ’t is altijd gewichtig jeugdwerk te herzien, ook met ’t oog op de kleuren hoe die zich hebben gehandhaafd -- ik heb niets meer uit die periode. Ik beloof dus en vraag hem tevens, deel Je nemen aan ’n groot diner te mijner eer. Nou op ’t diner is de vent verschenen. Hij trachtte met iedereen aan te pappen. Hij kroop, niet vermakelijk meer, maar volslagen tactloos. Hij had tegen mij al gezegd: „ken je niemand die wat geld wil kwijt zijn om ’n mooie film te maken.” Hij hield ook ’n oratie, die wel aardig was, maar vol onhandige vleierij; later was hij vrij ver weg; met ’n doorvlamd gezicht,’n hemd vol kreuken, en ’n glimmend smoking vol vlekken, stond hij bij de bar tegen ’n paar jonge snuiters te oreren over ’t geloof en ’t beest in ons allen. „The beast in me.” In het Engels is dat minder familiaar, klinkt ’t indrukwekkender. Ik werd onpasselijk toen ik hem daar weer z’n oude stokpaardjes zag berijden, ik had verwacht dat z’n apostolische actie geheel verflauwd was. En dat was ook zo, want ’n lijd geleden heb ik hem nog ontmoet; ik wilde het Schipperskwartier nog ’s zien —• Loven zaf ’t niet met me eens zijn, maar ik bezweer je: mooier dan Marseille, sinis-terder, minder overstelpend en daardoor te effectvoller.

We gaan dus treppeken op, treppeken af, gangske in, gangske uit; onder 'n somber gotisch gewelf aarzel ik. Is dit de Vleeshuisstraat of de Drij Hespenstraat? Inderdaad, mijne heren, hier is vlees te koop; we zien in een soort etalage met Oosterse belichting, in ’t décor van twee naar mekaer toebuigende olifantstanden, twee schoon vrouw-kens ons morose toeknikken. Zo is ’t hier huis aan huis. Voor ’n monumentaal ledikant met witte sprei zit een halfnaakte dame met ’n zwarte bril op, een handwerkje te maken, zeer naarstig. Als ze niet zo ver ontkleed was, zou men haar voor ’n oude schoolmatres kunnen houden.

Zo schrijden wij voort, ’t is de vrouw die ons roept; in een donkere straat, ik meen de Zakstraat, gaat opeens voor ’n schouwvenster een geweldig roodfluwelen gordijn op zij, een blanke arm die schuift, wordt zichtbaar, volmaakt van lijn. Dan lacht ons het gelaat van een naakte

Met de stroom mee. 10

145

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.