Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



meneer op ’t idee trappist te worden, met ’n witte covele, zei de gek, met rondgeschoren kruin en ’n doodskop in de hand; dus ’n soort Hamlet in ’t klooster. Hij had op z’n tafel altijd ’n doodskopje van papier maché! In die buien was hij onuitstaanbaar. Ik kon hem alleen maar aanhoren als ik mezelf voortdurend waarschuwde: de vent maalt, hij is er bepaald onbewust van dat ie zo onecht aandoet. Hij zei maar, dat ik moest leren God lief te hebben. Ik weet niet naar welke aanleiding, maar na ’n bepaalde avond schreef ik hem, dat ik van de omgang met hem afzag. Het was ’n bevrijding, de kerel had vat op me. En toen ik hem kwijt was, veranderde mijn visie op alles. Maar soms vrees ik, dat die demon, met z’n kruiperige ogen, me weer bespringt en soms weet ik ’t zeker, daf de verdrietige akelige dwaasheid waarmee Wolff de goedheid had me te vervolgen, over de hel en de duivels, weer over me komt. Nu zit ik vrolijk en opgewekt ver van dezen deugniet. Hij druppelde, zoa,ls de schurk bij Ham-lets vader deed, het gift van zijn woorden in the porches of the ear...”

Zo hadden ze Lucas nog nooit gehoord.

„Allez, Ida, schenk ons nog ’s ’n borrel in.”

De bekoorlijke ontblote ging op zilveren sandalen naar het bartje en de gele jenever klokte, eerst haastig, dan stil als monotone muziek, in de vele glazen.

„Het is jullie bekend, dat m’n eerste grote tentoonstelling in Antwerpen in ’n uitermate groot gebouw plaats vond. Allerlei officiële persoonlijkheden verleenden hun luister, tot grote jalouzie van mijn besten vriend Loven. Ik kom binnen met de sigaar aan, om me ’n houding te geven en direct ontwaar ik een vies uitziend heer met stok en lange vette haren: Lode Wolff, of beter een zeer verfomfaaide editie van denzelve. Daar ik al die jaren niets van hem gehoord had, en hij dus niet de bizondere man, schurk of schouwspeler geworden was, stelde ik ook niet meer ’t minste belang in den man. Maar wie beschrijft mijn bevreemding, ontsteltenis, en woede, als die haveloze bohémien daar den burgemeester op zij duwt; ik vreesde ’n aanslag (hihi!). Bij mij aangeland, laat die z’n kop op z’n borst knakken: „Menéér Lucas.” Menéér zei die, verbeeld je. „Ik ben wèg van uw werk.”

Nou, we zijn allemaal ijdel en ik ben bizonder gauw

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.