ten’s plastisch natuurtalent, maar men kan niet aan de gang blijven. Op ’n goeie dag bezweert Lode hem, hier uit Brussel weg te gaan, iemand zoals Schouten moet bij ’n meester in de leer. „Je moest verdikke naar Rodin gaan, dat is de enige waar jij nog wat van kunt leren.” Voor ik kon barsten, ging Schouten er ernstig op in: „Meen je dat? Ik weet niet wat jullie in me ziet; ik kan er niets aan doen, ik vind ’t niet meer dan matig. Ja, ik merk wel dat ik vooruit ga. Maar ’t idee is niet kwaad, we moesten dien Rodin maar ’s ’n brief schrijven.”
Louis aan ’t dicteren, ik vertaal ’t in het Frans met alle ernstige inleving in de comedie. „Geef maar mee,” zegt Lode, „hij woont in Meudon, ik heb thuis ’t preciese adres.”
’t Was ’n prachtbrief. Buiten kreeg ik ’t op de zenuwen, Rodin was toen al lang dood. Louis bedwong z’n vrolijkheid. Hij had ’n reuze-idee, zei die, maar er moest geld voor zijn. „We sturen onzen beeldhouwer, hij had beter beenhouwer kunnen worden, uit Parijs ’n brief van ’n bepaald adres. Ik vermom mij met ’n goede baard in Rodin en jij moet huisknecht zijn en als ie dan komt aanzetten, doe ik heel bars en zeg: begin maar eens met duizep.vd francs af te schuiven, dat is hier om zo te zeggen de entreeprijs.”
Van deze vermakelijke mystificatie is tot ons leedwezen niets gekomen. Maar je ziet er aan, dat Lode, bij al zijn boefachtige eigenaardigheden, toch wel fantasie had, en al zijn exploiten en trafieken, moet ik eerlijk zeggen, hebben me meer geamuseerd dan mijn gramschap opgewekt. Hij had indertijd bij zijn hypokrizie iets onmiskenbaar fijns, een flair voor schoonheid uit de verte, meer nog dan goede smaak. Hij kon beter regisseren dan bloemen schikken, hij was gepassioneerd voor de kunst. Jammer genoeg dat hij in excessen viel met zijn spreekkoortjes en dergelijke. Maar later moest ie er niets meer van hebben; de hele kunst was quatsch, de tijd was heroïsch en weet ik wat meer voor groteske termen hij gebruikte, maar dit woord kenschetst al z’n vergroving.”
„We zijn allemaal vergroofd,” meende Marius.
„Zo vin je,” zei Loven, „speak for yourself.”
„In het geloof trok hem ook ’t theater,” vervolgde Lucas. „Op ’n goeie dag na déveine bij de kritiek, komt
143