prachtig, het is modern, ’t is goed Katholiek en zeer Vlaams. Tegen het voorjaar dan zal de première zijn. De rollen worden verdeeld door Geluw. Men vergoedt Lode de reis en deze keert terug naar Antwerpen, naar het vrolijke huis; maar moet ’n kunstenaar ’t leven niet van allekant leren kennen? Alleen, hij is telkens blij als hij weer naar Leuven kan, naar de plezierige jongens, waarmee het heerlijk werken en drinken is. Ze werken zo vurig aan het Nieuwe Spel van den Boerman, gelijk Lode ’t gedoopt heeft, met de ondertitel: vrije adaptatie naar ’n gedicht van Ronde. Alle studenten kennen Ronde bij naam, maar zijn gedichten moeten zo vreselijk zwaar zijn. Lode legt alles uit. Hij houdt lezingen over zijn stuk; hij beweert, dat hij den Boerenbreughel heeft gedramatiseerd en hoopt dat men dat later ook in de pers zal zetten.
Dat zijn prettige dagen. Er wordt met volle kannen gewerkt en ze maken hem erelid van hef Limburgse stu-dentengild. Maar hij moet eerst „groen” zijn, 'schacht, gelijk men daar zegt en de schachten eed moet hij afleggen: „Ego schachtus colossalus..., jurejuramdo affirmo nun-quam satis qlotibus domum rentrare priusque gallus ter oantat, etc____”
En dat is weer een reden tot zeer hartelijk gelach. Zoveel latijn kent Lode wel uit de kerk en uit de eerste gym, dat hij dit goed begrijpen kan. Ach, ach, die studenten en het valt hem gans niet moeilijk om satis clotibus in z’n hotel aan te komen, vóór de haan drie maal gekraaid heeft. Aan de gezellige kroegavonden, die volgen op de herhalingen, nemen soms professoren deel, die Lode al even aardig vinden als de studenten en menig hooggeleerde zakt onder opgetogen gebrul onder de tafel.
Men voert ’n grootse propaganda. Zelfs zullen bevriende Duitse studentencorpsen verschijnen, maar daar komt een bericht van de Belgische regering dat ze, met ’t oog op de toestanden aldaar, het bezoek der Borussiussen niet kan gedogen. De avond vóór de première, gaat de van opwinding sidderende Lode in ’n rijtuig naar ’t gevang, waar een ongekroonde koning van Vlaanderen zit, een activist. Er wordt een luide Vlaamse Leeuw en een Blauwvoet gezongen, dan stort men zich weg voor de pandoeren die opkomen. Maar door deel te nemen aan deze manifestatie, heeft Lode weer bewezen ’n goed Vlaming te zijn.
128