Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



’t vertellen kan, geen vrouw waarmee hij souperen mag. Hij heeft ’n hekel aan al die onbekenden, die lachend en pratend hem voorbijgaan. Dan gaat hij ’n cafétje binnen en roept: „Un demi,” en hij spoort zichzelf aan: Zuinig, Lode, zuip niet te veel. Het is toch maar wonderlijk dat ze mij zo dat gelc£ heeft gegeven; moeten wel rijk zijn. Wat zouden ze besproken hebben? O, ja, Wolff, die toneelspeler. Ja, Polydoor vond hem wel sympathiek en ik mocht hem ook wel. Vreselijk, dat een zo begaafde jongeman aan lager wal geraakt. ..

Enige dagen later krijgt hij ’n brief van het studententoneel. Of hij ’n stuk weet, modern. Men zal het hem betalen als hij de regie op zich neemt. Lode leeft geheel op. Hij weet echter geen stuk en dan neemt de gedachte van hem bezit, een drama te schrijven. Maar waarover? En waar? Want hier, in deze kamer waar hij zoveel verdriet en ontgoocheling heeft gekend, waar hij de ganse dag Frans hoort kwebbelen, gaat ’t niet. Bovendien heeft hij al lang huurschuld. Hij zou kunnen betalen, maar dan zit ie weer aan de grond. Hij wil naar Antwerpen. Daar zal hij z’n stuk schrijven, en allicht ontmoet hij Judy daar. Hij reist er heen, vindt ’n heel goedkoop kamertje boven ’n café. Nog diezelfde avond verhuist hem ’n oude toneelman, die ’t in de expeditie heeft gezocht, met ’n oude ford naar de Minderbroedersrui in de Stad der Kunsten; alleen de oude versleten pluchen bidstoel heeft hij achtergelaten. Het café inspireert hem. Overdag is ’t inderdaad doodstil en hij schrijft als ’n bezetene, maar ’s nachts is ’t ’n hels alarm, want hier hebben veel vrouwen hun rendez-vous en ze slepen op de meest ongewisse uren hun beluste bedgenoten de trap op. Maar zelfs die eerste nacht schrijft Lode koortsig verder een modern zinnespel, een moderne Elcerlyc. Kreten, die hij in het huis hoort, zet hij er pardoes tussen. Daardoor wordt ’t een beetje verward, maar men kan ’t evenzeer diepzinnig noemen. Het hoofdmotief is al ’n waarborg. Dat is n.1. ontleed aan het schone werk van Ronde „De Landman en de Dood”.

’sOchtens is het klaar en hij schrijft aan Dr. Geluw, de leider van het Kath. Hoogstudententoneel, dat men hem ’s anderendaags verwachten kan. En Dr. Geluw staat aan ’t station, als Lode uitstapt, zwaaiend met zijn meesterwerk.

Een lectuur vindt plaats. De studenten vinden ’t al

127

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.