Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



Hij verwittigt tante Anastasie in een edelaardig schrijven van zijn komst, hij vertelt hoe hij den meester na zijn dood getrouw is gebleven, hoe hij vrijwel dagelijks van hem leest; vooral „De Landman en de Dood” vindt hij geweldig, hét meesterwerk der hedendaagse dichtkunst. En of hij ’s mag komen? Het pad der kunst gaat niet over rozen, daar weet hij, eilaas, van mee te spreken. Men mag niet het hoogste willen in de kunst, de stomme massa richt ons te gronde. Zonder Uw tegenbericht verschijn ik Dinsdagmiddag, Uw ongelukkige L. Wolff...

Hij zal ongetwijfeld zeer hartelijk ontvangen worden. Tegenbericht is niet meer mogelijk, dewijl het reeds Maandag is. In de tram overvalt hem even de schrik of men Anastasie bericht zal hebben, wat hij voor onaangenaams over den dichter gezegd heeft indertijd in de Taverne de la Reine. Hoe komt dat toch, dat soms een ander uit zijn mond spreekt, waarom is hij niet steeds zichzelf?

Het is een lange tocht, eerst met de tram, dan lopen, de lange Avenue af die naar Boschvoorde leidt. De bomen lekken, het is echt Polydoor Ronde-weer. Overal zijn straten en pleinen naar den Dode genoemd. Avenue Louis Wolff, hoe dat klinkt... Lode Wolff-plantsoen. Hoe sidderde hij toen hij voor ’t eerst hier kwam. Alles went, maar nu is hij toch weer nerveus. Eet misschien te weinig, ’t Zelfde wat hij tóen dacht. Als men een tocht na vele jaren hervat en alle dingen die geweest zijn overpeinst, wordt men week. De Lode van nu, de Lode van toen. Hij loopt voorover, de stok hangt aan zijn arm. Oude stok. Nog ouder is zijn loden mantel, die kaal geworden is. Hij rilt, vroeger gaf de jas warmte. Dat in een mens zoveel mensen wonen kunnen. De een is niet echter of onechter dan de ander. Geen lolletje ’t leven. Stel je voor dat die verschillende persoonlijkheden niet alleen een eigen leven leiden, maar verschillende straten gaan, mekaar ontmoeten, verschrikt langs mekaar ijlen. Het is een benauwende gedachte, maar soms is ’t Lode geweest of hij in zijn slaap wegging, andere kamers binnen drong, andere huizen bezocht, tenslotte weer thuis keerde en zichzelf in bed vond liggen. Wij zijn dubbelgangers, zegt hij tot zijn oude, dierbare stok, den enigen vriend die hem trouw is gebleven. Vrienden — heeft hij ze ooit gehad? Hij ziet geen vrouwen, geen kennissen meer. Stevens heeft een nieuwe

124

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.