Als Lode thuis komt, is hij bijna weer nuchter en vol met prettige gedachten aan Marieken en de beloften van den invloedrijken Zeehane. Maar voor z’n deur ligt een laconiek schrijven van dien imbecilen Lucas, dat provinciaaltje: „Ik had er me al in gezet nooit meer met je te spreken. Laten we daar dus maar niet meer op terugkomen, Ed. Lucas.”
Als men ’t toch goed heeft gemeend en men wordt zo verkeerd begrepen!
Met de stroom mee. 7
97