Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



„Als je tegenwoordig wat wil bereiken,” meent Presburg, „dan niet in zaken, of in de kunst, maar in de diplomatie; daar ligt de toekomst. Maar laat ik jullie nog ’s inschenken.”

Judy heeft de ganse avond niets gezegd; alleen is ze maar mooi geweest en nu kijkt ze Lode aan en zegt: „Wolff, ik heb hun verteld dat je wel wat kunt. Doe’s wat!”

En na gebruikelijk tegenstribbelen, geeft Lode ’n grote aria uit Nachtasyl, want de Russen komen in de mode. Onder de invloed komt hij goed op dreef en kermt perfect wanhopig: „Mijn organisme is vernield door de alcohol.”

De stemming wordt dan volkomen; de een na den ander gilt, dat zijn organisme vernield is door de alcohol, tot men bij de koffie weer serieuzer wordt en over Marie-ken van Nimweghen begint. Dat moet ’n succes worden en Dr. Zeehane schept op met z’n relaties: „Ik zal jullie naam in alle kranten zetten,” zegt hij hees. „Jullie zijt grote artisten maar da’s niet genoeg. Laat de propagandai aan mij over, da’s oké hoor.”

Opgewonden praat men door. Lode denkt dat de tijd nadert om Presburg zijn plan uiteen te zetten voor zijn film I.H.S. In dit teken zult gij overwinnen, juist nu de religie en herleeft en vogue is. Maar mevrouw Presburg heeft ’s naar de klok gekeken; ze nemen nog een Biscuit de Bouché op de valreep tegen de kou en staan buiten.

Terwijl ze naar ’n taxi zoeken, vindt ’n kleine dronke-mansscène plaats. Zeehane neemt Lode onder de arm en schreeuwt: „Kerel, ik weet niet of je ’n goed acteur bent, maar je hebt kak aan de burgerij, je lust ’n borrel, je bent origineel, je bent ’n mens. Ik mag je, geef me de vijf! Mijn organisme is vernield door de alcohol! Prachtig gedaan hoor.” (Zeehane weet ’t ene ogenblik niet, wat hij in ’t vorige beweerd heeft.) Als je ooit ’s ’n ouwe geldwisselaar, ’n woekeraar, moet uitbeelden, dan heb je daar vanavond je voordeel mee kunnen doen!” (hiklach; daar nadert ’n dame.) „Zeg, Nadar, hoe vind je deze venus vulgivagina; haha, hij is goed, vulgivagina! Ja kerel, dat nichtje, da’s puik hoor en hij, de parvenu, is ook niet van de kwaadste. We hebben ze nodig, wat wil je. Lode, je bent m’n vriend — voor ’t leven!”

96

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.