Het zotte vleesch

Titel
Het zotte vleesch

Jaar
2007

Pagina's
228



my ervan verwittigd had dat die man, n zekere V., n zakenrelatie van ons huis, een misdaad had verricht en in staat zou zyn myn moeder en zuster te dooden. Van den dood had Martha die zeer geloovig was, my al veel verteld, van duivel en vagevuur, van slangen, vleermuizen, van ratten die kindertjes de vingers afbeten, maar vooral ook van reusachtige roofvogels die kindertjes in hun klauwen omhoogvoerden. Dit zyn de naargeestige herinneringen, nu een ietwat schooner beeld.

199


Er was n tuin, waar dennen en styf struikgewas zomer en winter groen waren. Ook hier moest men telkens gescheurde trapjes op en af, er stond ergens n steenen beeld van een omkykend rendier, altoos groen uitgeslagen en in een bloemenveranda zonder bloemen n uitheems herderinnetje van hout dat blauw en rood beschilderd was. In dezen desolaten hof was myn zusje eens aan Jt praten en wandelen met haar vriendinnen, ze waren waarschynlyk door het tuinpoortje binnengekomen. Myn zuster nu kwam opeens op den inval hun den bontmantel van moeder te laten zien en even later zag ik, die in den keuken by Martha toefde, myn kleine zuster lachend verschynen in den bizonder langen glanzenden mantel. Maar haar beste vriendin vroeg nu ook s den mantel te mogen passen, zy was ryziger, maar uiterst slank, ze ging boven op n marmertreedje staan en sloeg den te wyden mantel om haar leden, de meisjes lachten van pret en bewondering. Maar ik hield me verbleekend vast aan het aanrecht, een machtige gewaarwording doorvoer myn tenger lyf, toen ik het lieftallige meisjesgezicht als frileus *) in de kraag van myn moeders bontmantel gedoken zag, de gekrulde lippen, de kinderlyke kuiltjes in de wangen, de vroolyke oogen! 't Was myn moeder, maar schooner, jonger, begeerlyker. En ik verbeeld my dat ik nimmer in myn later leven zoo door 't contact met de schoonheid, die zich voor my enkel in de vrouw openbaart, bewogen ben, nooit heb ik liever meisjeskopje aanschouwd dan dat daar speels byna schuilging in moeders ouden mantel. En altoos heeft my de idee gekweld dat zoo ik haar, Tonia, gehuwd had, wy gelukkig zouden zyn geweest. Maar helaas dit edel kind stierf zeer jong en plotseling, en zoo zy niet gestorven ware, dan nog zou

frileus: kouwelijk



Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.