ZIJ LEVEN VOORT
Te velen zijn gestorven deze jaren
dan dat wij ooit den morgen nog zien klaren
in zulk een pure, nameloze staat,
alsof het uiterste geheim van leven
zich langzaam uit de kim had opgeheven
en trilde op ons zwijgende gelaat.
Eenzelvig waren wij, in onze daden herkenden wij het licht niet der genade, ons koninkrijk lag verder dan de tijd.
De aarde, waarmee wij ons lot verbonden, zou ons het diepe raadsel niet verkonden van menselijke uitverkorenheid.
Ons wezen hunkerde naar de gebieden van stilte, die geen klanken ooit verrieden, en steeds ontzwierf het aan den engen dag. En als wij mensen in de oogen schouwden, wisten wij niet, dat daar een verte blauwde zo peilloos als geen woord beschrijven mag.
3?