MANNEN BIJ AVONDLICHT
Mannen bij avondlicht, gestalten met schouders naar voren in de openheid.
Schaduw omvloeit hun lange slingerarmen. Onhoorbaar raken zij de hemel aan.
Overal in het zichtbare straten met diepe fluistermonden, zandbulten overgewaaid van de maan, zeeadem die stilstaat op de wind.
En niemand ziet die mannen nachtwaarts gaan. Straks zijn de bomen zwart, de sterren wit. Tussen de takken zal de stilte verstenen en geen rimpeling verraadt waarheen die mannen zijn verdwenen.
50