De verloving
I
De wereld van mijn kinderjaren, omstreeks het begin van deze eeuw, werd bevolkt door mensen die in Nederland woonden en zich daar thuis voelden. Dit sloot normale gevoelens van ontevredenheid en soms zelfs opstandigheid niet uit. Het betekende evenmin dat er voor deze mensen geen buitenland bestond, want daarover lazen ze na afloop van hun dagelijks werk in hun krant. De geur van drukinkt die de krant verspreidde, betekende voor mij als kind de lucht van de wijde wereld. Of de volwassen lezers dezelfde associatie kregen, is zeer de vraag.
In mijn herinnering is dit krant-lezen onafscheidelijk verbonden met het gebruik van lorgnetten en brillen. Er waren oogartsen en het is best mogelijk dat sommige van deze leesinstrumenten op doktersrecept waren verstrekt, maar minstens zo talrijk waren de gezichtsversterkers die op de markt voor een paar dubbeltjes of kwartjes waren gekocht. Zo'n uit het marktgewoel opgediept apparaat droeg de naam fok en deed niet alleen dienst bij het lezen, maar ook als visuele ondersteuning van de conversatie.
De fok liet zich gemakkelijk met één hand van de neus verwijderen, waarna het instrument een reeks ellipsvormige draaiingen begon die in mijn jeugdige verbeelding de ernst van het betoog onweerlegbaar beklemtoonden.
In die tijd werd de dagelijkse lectuur vaak afgewisseld of bekroond door dergelijke gesprekken.
Europa werd geteisterd door de Eerste Wereldoorlog en de betogende lorgnetten en brillen werden niet moe de oprukkende of terugtrekkende bewegingen van de strijdende legers te schetsen of het precaire karakter van een bepaalde situatie uit te beelden.
Toch was ook in die dagen het buitenland nog een tamelijk vaag verschijnsel, maar achter deze vaagheid doemde de dreiging op van een mogelijke inval. Menig burger zag al gewapende mannen moordend en verwoestend voorttrek
98