de hele breedte van de hemel bedekten. De golven stegen tot huizehoogte, barstten uiteen, stortten zich op andere golven en vormden zo weer nieuwe.
Bulderen, gillen, krijten vervulde de ruimte, zodat een gewoon mens horen en zien zou zijn vergaan.
Maar de oude man mocht horen en zien. Hij pakte de hand van de engel aan zijn zijde. Hij kon niet zonder die aanraking in dit vreselijke geweld.
De engel en de windoverste schenen dat geweld nauwelijks iets bijzonders te vinden. Zij suisden met de kudden mee alsof zij op een plezierreisje waren. Ze knipperden niet met hun ogen toen de paarden door de bossen stoven, bomen ontwortelden, dieren naar schuilhoeken joegen, korenvelden platbliezen, schoorstenen van huizen rukten, ja hele daken in hun onstuimige vaart meenamen. Ze schenen geen medelijden te voelen met de mensen die angstig in hun huizen wegdoken. Zelfs het lot van de schepelingen op de onherbergzame zee schenen ze zich niet aan te trekken. En toch waren daar vele grote en kleine schepen die met moeite optornden tegen de wilde golven. Hier werd een roer stukgeslagen, daar werden netten vernield, elders werd een scheepje op het strand geworpen.
De oude man kon dit alles niet onbewogen aanzien. Tranen drongen hem naar de ogen. Hij had om hulp willen roepen voor die arme mensen, maar wat kon zijn stem tegen het geweld van de storm? Hij rukte aan de arm van zijn metgezel. Maar die schudde het hoofd alsof hij wilde zeggen: 'Je hebt nu eenmaal alles willen zien.'
De oude man smeekte: 'Heer, laat de storm overgaan! Het kan toch niet Uw wil zijn dat de mensen zo lijden!' Maar zijn gebed werd niet verhoord. Integendeel, het geweld werd nog tomelozer. De stormoverste stond plotseling stil, recht overeind in de ruimte. Links en rechts, boven en onder hem daverden de legers van de paarden. De heerser der winden leek groter geworden. Zijn donkere ogen schoten vuur. Zijn armen stak hij als balken door de zaal van de wereld. Hij haalde diep adem, hief de armen naar de hemel en riep boven het geweld van de storm uit : 'Or-kaan-gees-ten!' Langzaam en dreigend stiet hij het woord de wereld in.
Wat er toen gebeurde, overtrof al het voorafgegane. De paarden die de oude man tot nu toe gezien had, zou hij op
95